Ken je dat? Je ligt in bed, de dag is voorbij, het is eindelijke stil… maar in je hoofd is het alles behalve rustig. Gedachten buitelen over elkaar: to-do lijstjes, gesprekken die je opnieuw afspeelt en zorgen over morgen. Je lichaam is moe, maar je hoofd blijft ‘’aan’’.
Piekeren is één van de grootste boosdoeners van slaapproblemen. Maar waarom is het juist ’s nachts zo aanwezig? En wat kun je doen om je hoofd tot rust te brengen?
Waarom piekeren vooral ’s nachts opkomt
Overdag worden we vaak afgeleid. Werk, gezin, sociale contacten en schermen houden onze aandacht vast. Maar zodra je hoofd het kussen raakt is er geen afleiding meer en grijpen onrustige gedachten hun kans.
’s Nachts is er stilte en ruimte. Precies dat maakt je brein actief: het gaat opzoek naar on afgehandelde zaken. Dat is niet perse slecht, je brein probeert orde te scheppen, maar het is allesbehalve bevorderlijk voor een goede nachtrust.
Wat gebeurt er in je brein tijdens piekeren?
Piekeren activeert het stresssysteem in je lichaam. Je maakt stresshormonen aan zoals (zoals cortisol), je hartslag stijgt en je ademhaling versnelt. Kortom: Je lichaam denkt dat het alert moet blijven, niet dat het mag uitrusten.
Het gevolg? Inslapen lukt niet, je wordt ’s nachts wakker of je slaapt onrustig. Hoe vermoeider je wordt, hoe sneller je opnieuw gaat piekeren. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel.
Wat helpt wél?
de oplossing ligt vaak niet in ‘harder proberen te slapen’, maar in het leren kalmeren van je gedachten. Hier zijn drie praktische tips:
- Schrijf je gedachten van je af vòòr het slapen gaan
Een kort oefening die wonderen kan doen: schrijf 5 minuten alles op waar je over piekert. Geef jezelf letterlijk ‘pieker-tijd’ op papier. Zo voorkom je dat je hoofd dit midden in de nacht gaat doen.
TIP: gebruik hiervoor ons gratis mini-slaapdagboek, speciaal ontwikkeld om je te helpen piekergedachten los te laten!
- Laat los wat je niet kunt controleren
Maak onderscheid tussen wat je wél en niet kunt beïnvloeden. Wat vandaag niet opgelost kan worden, hoeft ook nu geen aandacht meer te krijgen.
Vraag jezelf als: ‘’is dit nú belangrijk?’’ en ‘’Kan ik dit morgen oppakken?’’
- Creëer een vast rustritueel
Een vaste routine helpt je brein om ‘om te schakelen’ van actief naar rust. Denk aan:
– een warme douche
– een ademhalingsoefening
– een kwartier lezen (géén scherm)
Het maakt niet uit wat je doet, als het maar herhaalbaar en rustgevend is.
